Geliefde van God,
Welke termen zijn voor een gelovige van groter belang dan ‘bekeren’ en ‘geloven’? Het zijn twee van de meest essentiële concepten van ons geloof. Begrijpen we ze niet correct, hoe makkelijk kunnen we dan door misleidingen worden meegenomen en onwetend dwalen? Al duizenden jaren woedt de geeste lijke oorlog. We kunnen daarom ook verwachten dat de tegenpartij juist tegen deze fundamentele concepten strijd. Hij doet er alles aan om de waarheid op diverse manieren te verdraaien en ons daarvoor blind te maken.
Deze studie onderzoekt de oorspronkelijke betekenis van het woord dat in de meeste Nederlandse Bijbels met ‘geloven’ is vertaald. Dit is één van die essentiële termen die we als gelovigen absoluut moeten doorgronden. Hopelijk biedt deze studie je de handvatten om dieper in dit onderwerp te duiken en die zekerheid te vinden dat je staat op de Rots van de waarheid. Deze studie is onderdeel van het boek “Galaten als Zwaard”, waarin de
volledige brief aan de Galaten wordt besproken en toegelicht aan de hand van verschillende studies. Met de genade van God hopen we dit boek in de toekomst zowel online als in boekvorm aan te bieden.
Gods zegen met het lezen van het hoofdstuk;

Door te klikken op het PDF-icoon hiernaast kun je de volledige studie downloaden. Je kunt die dan offline bekijken of uitprinten.
6.3 ∼ De rechtvaardige zal leven door … ∼
Als onderbouwing van hoe God mensen rechtvaardigt, citeert Paulus de volgende woorden van de profeet Habakuk:

(Galaten 3:11b BaZ) Maar dat niemand door de wet rechtvaardiging ontvangt bij God is openbaargemaakt, want het staat geschreven: “De rechtvaardige zal leven uit ..???...”
We hebben hier een woord weggelaten, omdat we over de betekenis en de vertaling van dit woord willen nadenken. Het is heel belangrijk om dit woord naar waarheid te verstaan, want de betekenis vertelt veel van wat de ware leer is rond onze rechtvaardiging (vergeving van zonden). De meeste Nederlandse vertalingen van de brieven van Paulus zijn gedaan vanuit het Grieks. We zullen kijken naar wat de betekenis is van het Griekse woord dat op deze plaats gebruikt wordt. Maar omdat Paulus hier de Hebreeuwse geschriften citeert, kijken we eerst naar wat het Hebreeuwse woord betekent.

6.3.1 ∼ Leven door emoenah ∼
In de grondtekst van Habakuk 2:4 staat op de plaats die we aangegeven hebben met ..???.. het Hebreeuwse woord; אמונה (èmoenâh). Maar wat betekent nu אמונה (èmoenâh)? Het woordenboek Strongs’ geeft de volgende definitie:

Woorden in de Hebreeuwse taal maken deel uit van een woordfamilie. Door te kijken naar de hele woordfamilie en niet alleen naar één woord (een lid van die familie), kan zeker helpen om een woord beter te begrijpen. Net als bij een familie van mensen, waarbij de familieleden overeenkomsten en eigenschappen met elkaar delen, delen ook de woorden binnen een Hebreeuwse woordfamilie overeenkomsten. Hier is een overzicht uit het woordenboek “Ancient Hebrew Lexicon” van de woordfamilie waartoe אמונה (èmoenâh) behoort.

Als we kijken naar de woordfamilie van het woord אמונה (èmoenâh), dan kun je zien dat elk lid de betekenis van vast / standvastigheid / ondersteunen gemeen heeft. Zoals: Een pilaar een gebouw ondersteunt en niet beweegt, maar vaststaat. Goede ouders trouw voor hun kinderen zorgen door hen te ondersteunen met voeding en verzorging. De waarheid door God omschreven wordt als een onwankelbare rots, in tegenstelling tot leugens, waardoor Hij duidelijk maakt dat waarheid vaststaat en voor altijd blijft. (Psa 111:7-8 & 119:89, Jes 40:8) En zoals een echtgenote die in verleidingen niet afwijkt, iemand is die stevig vasthoudt aan het huwelijksverbond en dus standvastig is in zijn relatie. Deze thema’s zie je terugkomen in de woordfamilie van אמונה (èmoenâh).
Het woord אמונה (èmoenâh) komt zo’n 49 keer voor in de Wet, de Profeten en de Geschriften (Tanach/OT) en wordt door de vertalers van de “Statenvertaling” twee keer vertaald met het woord ‘geloof’. (Hos 2:19 & Hab 2:4) De “Herziene Statenvertaling” en de “King James Version” vertalen dit woord één keer met ‘geloof’ en dat hebben ze gedaan in Habakuk 2:4. Nu, de vraag is: waarom hebben de vertalers אמונה (èmoenâh) op deze plaats anders vertaald dan elders? Zouden vertalers dit gedaan hebben, zodat hun vertaling van Habakuk overeenkomt met hun vertaling en interpretatie van de woorden van Paulus, wanneer hij Habakuk citeert in zijn brieven? Heeft men een probleem als Habakuk in werkelijkheid spreekt over de ’trouw’ of ‘standvastigheid’ van de rechtvaardige in plaats van alleen zijn ‘geloof’? Niet alle vertalingen vertalen het woord אמונה (èmoenâh) in Habakuk 2:4B met ‘geloof’.

Betekenen de woorden ‘geloof’ en ’trouw’ voor jou hetzelfde, of zeggen deze twee woorden jou toch wat anders?
Omdat wij zijn opgegroeid in een 20ste/21ste-eeuwse westerse cultuur, is ons denken en ons referentiekader op verschillende vlakken behoorlijk anders dan dat van het Joodse volk zo’n 2000 jaar geleden in de tijd van Johannes de doper en de discipelen van Jesjoea. Dit maakt het lastig de Bijbel te vertalen en lastig om door een Bijbelvertaling Gods boodschap nauwkeurig te verstaan. Gelukkig verandert God niet, en met wat Hij duizenden jaren geleden in het Hebreeuws heeft laten opschrijven, bedoelt Hij nog altijd het zelfde, zoals Hij dat vanaf dag één bedoelde. Laten we ons proberen te verplaatsen in de tijd van Habakuk.
Zou de koning van Juda, die toen heerste, en die in zijn dagelijkse leven het woord אמונה (èmoenâh) gebruikte en de Wet, Psalmen en Profeten in het Hebreeuws las, aan een nieuwe / andere betekenis bij het woord אמונה (èmoenâh) hebben gedacht toen de profeet Habakuk zei, “de rechtvaardige zal leven door אמונה (èmoenâh)?” Of zou hij hebben gedacht aan wat dat woord voor hem altijd al had betekend? Zou het ook niet raar zijn, dat wanneer God door Habakuk iets anders had willen communiceren dan wat het woord אמונה (èmoenâh) toen betekende, om dan toch nog dat woord te gebruiken en niet een ander woord? Als God had willen communiceren dat de rechtvaardige leeft door zijn geloof, als in de zin van door zijn vertrouwen, dan had God ook een woord kunnen gebruiken als מבטח (mibṭâch) / בטח (bâtach) wat vertrouwen betekent. (Eze 29:16, Spr 22:19) We kiezen juist woorden uit waarvan de betekenis duidelijk is bij mensen aan wie we ons richten, zodat ze begrijpen wat we bedoelen. We moeten dus de betekenis van het woord אמונה (èmoenâh) zien te vinden die het had in de tijd van Habakuk toen hij schreef: “…maar de rechtvaardige zal leven door zijn אמונה (èmoenâh).”
De Bijbel zelf kunnen we ook gebruiken als een woordenboek door de context te onderzoeken op de plaatsen waar het woord gebruikt wordt. Er kan ook gekeken worden naar buiten Bijbelse geschriften uit die tijd, maar over het algemeen geeft de Bijbel zelf vaak genoeg context. Woordenboeken zijn het werk van mensen en moeten getoetst worden of wat ze concluderen een juiste conclusie is.
De eerste keer dat een woord voorkomt in de Bijbel blijkt vaak een uniek moment te zijn dat God gebruikt om iets te vertellen over de betekenis van een woord. De eerste keer dat het woord אמונה (èmoenâh) voorkomt in de Schrift is in Exodus 17:

(Exodus 17:11-12 HSV) En het gebeurde, als Mozes zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar als hij zijn hand neerliet, dat Amalek de overhand had. De handen van Mozes werden echter zwaar; daarom namen zij een steen en legden die onder hem, zodat hij erop kon gaan zitten. Aäron en Hur ondersteunden zijn handen, de een aan de ene en de ander aan de andere kant. Zo bleven zijn handen onbeweeglijk (אמונה èmoenâh) totdat de zon onderging.
Het woord אמונה (èmoenâh) omschrijft hier hoe de handen van Mozes waren tot de zon onderging; onbeweeglijk, dus als een pilaar, standvastig. zouden zijn handen zakken dan verloor het nageslacht van Israël de strijd. De handen van Mozes moesten trouw in hun positie blijven staan. Door deze gebeurtenis geeft God ons een concreet beeld van wat אמונה (èmoenâh) inhoudt. De volgende bijbelverzen laten op een andere manier zien dat אמונה (èmoenâh) de betekenis draagt van; onbeweeglijk / vaststaan / trouw.

(Jesaja 25:1 HSV) HEERE, U bent mijn God, ik zal U roemen, Uw Naam loof ik. Want U hebt wonderen gedaan. Uw raadsbesluiten zijn van oudsher vast (אמונה èmoenah) en zeker.

(1 Kronieken 9:22b SV) David en Samuel, de ziener, hadden hen in hun ambt bevestigd (אמונה èmoenah).
Wanneer iemand in zijn ambt wordt bevestigd, dan wordt diegene in een functie als het ware vastgezet om in die positie trouw te dienen. Trouw heeft alles te maken met standvastig zijn.
Op verschillende plaatsen spreekt de Schrift over de אמונה (èmoenâh) van God. Het gaat hier duidelijk niet over het ‘geloof’ dat God zou hebben in iemand of iets, want waarin zou God moeten geloven en Zijn vertrouwen stellen? Hij hoeft nooit iets nieuws aan te nemen als een waarheid om dat te gaan geloven. Hij is de Enige, de Bron en er is buiten Hem geen andere God. (Psa 36:10) Wanneer de Schrift spreekt over de אמונה (èmoenâh) van God dan gaat het over Zijn trouw en standvastigheid.

(Psalm 119:90 HSV) Uw trouw (אמונה èmoenah) duurt van generatie op generatie; U hebt de aarde gegrondvest, zodat zij blijft staan.
Ook hier omschrijft de context iets van de betekenis van het woord אמונה (èmoenâh) en verwijst het naar het vastgezet zijn, en het vaststaan, van de aarde.

(Psalm 89:34 HSV) Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid (אמונה èmoenâh) niet falen. Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen (het staat onbeweeglijk vast).
Ook de directe context rond Habakuk 2:4 kan iets te zeggen hebben over wat God daar met אמונה (èmoenâh) bedoelt:
| DE ONRECHTVAARDIGE | DE RECHTVAARDIGE |
|---|---|
| 4a Zie, opgeblazen, niet recht1, is zijn ziel in hem… | 1Deze dingen maken een persoon onrechtvaardig. |
| 2In de tijd van Habakuk begreep men heel duidelijk dat een rechtvaardige, iemand is die doet wat recht en juist is in Gods ogen. | 4b …maar de rechtvaardige2 zal door zijn ..???.. leven. |
| 5 Voorzeker, de bedrieglijke trotsaard3 is een snoevend mens, doch zonder bestand, die zijn muil openspert als het dodenrijk en onverzadelijk is als de dood, zodat hij alle volkeren tot zich verzamelt en alle natiën tot zich bijeenbrengt. | 3De tekst spreekt wederom over diegene die opgeblazen en niet recht is. |
| 6a Zullen die allen (de volkeren die hij naar zich toe trekt) niet een spreuk over hem opheffen, en een spotlied, raadsels, en zeggen; | |
| 6b Wee hem die zich verrijkt met wat niet van hem is4; tot hoelang? en die gepand goed op zich laadt! | 4Wie dit doet handelt onrechtvaardig. |
| 7 Zullen niet plotseling opstaan zij die u bijten, en ontwaken zij die u schrik aanjagen, zodat gij hun worden zult tot een gewisse buit? | |
| 8 Omdat gij vele volkeren geplunderd hebt, zal al wat van de natien overgebleven is, u plunderen, vanwege het vergoten mensenbloed en vanwege het geweld het land, de stad en al haar inwoners, aangedaan. | |
| DOOD | LEVEN |
In de Herziene Statenvertaling staat vers 4 en 5 als volgt:

(Habakuk 2:4-5 HSV) Zie, zijn ziel is hoogmoedig, niet oprecht in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn אמונה (èmoenâh) leven. En ook omdat hij (de hoogmoedige die niet oprecht is) trouweloos handelt bij de wijn, en een trots man is, maar hij zal niet slagen;
De context rond Habakuk 2:4 contrasteert de rechtvaardige met de onrechtvaardige; diegene die recht en gerechtigheid doet in Gods ogen, tegenover diegene die niet oprecht en bedriegelijk / trouweloos handelt. We zien dus dat God door Habakuk leert dat niet iedereen zal leven door zijn אמונה (èmoenâh) maar alleen de rechtvaardige. Als je in Habakuk verder zou lezen, dan kun je ook zien dat de onrechtvaardige niet zal leven maar sterven.1 Ook dit is belangrijk om te begrijpen, willen we correct de boodschap van God door Habakuk en Paulus verstaan. Hier stippen we het alleen maar even aan, dat God door Habakuk de scheiding laat zien tussen wie niet, en wie wel zal leven door zijn (..???..). Deze scheiding maakt ook de schrijver van de Hebreeënbrief wanneer hij Habakuk 2:4 citeert.
| DE ONRECHTVAARDIGE | DE RECHTVAARDIGE |
|---|---|
| 36 Want jullie hebben volharding nodig, om door de wil van God te volbrengen de belofte te verkrijgen. 37 Immers, nog een korte tijd en Hij Die staat te komen, zal komen en niet [meer] uitblijven.1 | |
| 1Jesjoea die in Gods naam zal oordelen over wie de belofte met het eeuwige leven zal verkrijgen. | |
| 2Iemand is een rechtvaardige in Gods ogen, wanneer diegene zich bekeert van wat onrecht is en doet wat recht is. Iemand die niet langer onrechtvaardig maar nu rechtvaardig wandelt. Iemand die de wil volbrengt. | 38a Nu, de rechtvaardige2 zal leven uit ..???.., |
| 38b …maar als hij [zich] onttrekt3, Mijn ziel zal in hem geen behagen hebben.4 | 3Terugkeren naar ongerechtigheid, nalatig/lauw worden in het doen van Gods wil en niet vurig volharden tot het einde. (2Pet 2:20-22, Heb 6:4-6, Open 3:16) 4Diegene zal sterven. (Zie volgende vers en Jer 14:12 & Jer 15:6) |
| 5De vernietiging in de hel, de tweede dood. 6(Rom 6:16) Het beërven van de belofte met eeuwig leven | 39 Maar wij zijn niet [mensen] die zich onttrekken [wat leid] tot het verderf,5 maar van ..???.. [wat leid] tot het behoudt6 van de ziel. |
| DOOD | LEVEN |
Met deze woorden wijst de schrijver erop, dat wie rechtvaardig wandelt niet nalatig moet worden door zich te ontrekken, maar moet blijven volharden in het doen van Gods wil. Dit verwijst duidelijk naar trouw en standvastigheid. Ook in Lukas lezen we dat Jesjoea deze boodschap doorgeeft aan Zijn volgelingen:

(Lukas 21:19 NBG’51) …door uw volharding zult gij uw leven verkrijgen.
Als we de eigenschappen van de onrechtvaardige en de rechtvaardige (volgens deze paar verzen van Habakuk en de schrijver van de Hebreeën-brief) in een overzicht plaatsen, dan zien we het volgende contrast.
| DE ONRECHTVAARDIGE | DE RECHTVAARDIGE |
|---|---|
| Diegene die hoogmoedig/trots is en die niet recht, maar nalatig/trouweloos handelt. | Diegene die volhard/getrouw is in het doen van wat recht is. |
Naast dat dit contrast ons helpt om te zien dat het niet de onrechtvaardige is, maar de rechtvaardige die zal leven, vertelt de context ook iets over wat er bedoeld wordt met het woord אמונה (èmoenâh). De directe context spreekt niet over een vertrouwen / geloven in iets, maar een trouw zijn aan. De directe context geeft geen reden, dat אמונה (èmoenâh) hier vertaald moet worden met ‘geloof’. Waarom zou God met אמונה (èmoenâh) in Habakuk 2:4 niet spreken over de standvastigheid / trouw van de rechtvaardige? Wilde God in die tijd door Habakuk een nieuw concept doorgeven aan het Hebreeuwse volk, of herhaalde God Zijn boodschap? Op een iets andere manier dan door Habakuk, verwoordt God door Ezechiël dezelfde boodschap, dat de rechtvaardige zal leven door zijn trouw.

(Ezechiël 18:5 & 9 NBG’51) Wanneer nu iemand rechtvaardig is en naar recht en gerechtigheid handelt, […] Naar mijn inzettingen wandelt en mijn verordeningen in acht neemt door trouw (אמת emet)2 te betonen; Zo iemand is rechtvaardig; hij zal voorzeker leven, luidt het woord van de Here Here.
God leert door Ezechiël niet iets anders dan door Habakuk, Hij sprak en spreekt Zichzelf niet tegen. Beide profeten vullen elkaar aan, waardoor we Gods boodschap beter kunnen begrijpen. Door meerdere getuigen kunnen we ook op Zijn woord bouwen als op een rots. Want alleen bij meerdere getuigen kan een zaak vaststaan. (2Kor 13:1, Mat 18:16, Deu 19:15)
Zou het niet raar en verwarrend zijn als God door de ene profeet iets anders zou leren dan door een andere profeet? Zijn volk zou dan verdeeld worden, doordat eenieder dan voor zichzelf moet kiezen, welke van de door God aangewezen wegen hij zal bewandelen om bij het leven uit te komen. De Almachtige, is een God van orde en niet van verwarring. Hij is perfect en Zijn plannen falen niet. (Deu 32:4, Psa 102:28, Mat 5:48, 19:17, 1Sam 15:29, Jes 26:4, Mal 3:6, Num 23:19, Rom 1:9, Jak 1:17, Mar 10:27, 14:36, Mat 19:26) De verschillende geloofsleren heeft Hij niet gecreëerd, Hij getuigt van één weg en één waarheid.
Als we de Bijbel het woord אמונה (èmoenâh) laten definiëren dan zien we dat het spreekt over standvastigheid en trouw. Hiermee willen we niet zeggen dat ‘geloven’ niet een onderdeel is van de betekenis, maar volgens ons onderzoek spreekt de context, van de 49 keer dat het woord voorkomt in de Schrift, niet één keer over ‘alleen vertrouwen / geloven’. Als dan ons doel is om Gods boodschap door de profeet Habakuk en het woord אמונה (èmoenâh) zo correct en duidelijk mogelijk te vertalen, is het dan niet het beste om dit in één lijn met de rest van de profeten te doen? Of willen we het juist anders vertalen vanwege een persoonlijke theologische voorkeur?
6.3.2 ∼ Leven door pistis ∼
De meeste Nederlandse bijbelvertalingen van de geschriften van de apostelen (Nieuwe Testament) zijn gedaan vanuit het Grieks. Op de plekken waar Paulus Habakuk citeert, staat in plaats van het Hebreeuwse woord אמונה (èmoenâh) een vervoeging / verbuiging van het Griekse woord πίστις (pistis). In de Aramese tekst staat op deze plaatsen het woord הימנותא (haymanoeta). In deze studie behandelen we niet het Aramees, maar willen we kort meedelen dat naar ons inzien de betekenis van הימנותא (haymanoeta) overeenkomt met het Griekse woord πίστις (pistis).
Nu, in de tijd van Jesjoea en de apostelen, was er ook een Griekse vertaling gemaakt van de Hebreeuwse geschriften, genaamd de Septuaginta(LXX). Ook in deze vertaling is het woord אמונה (èmoenâh) in Habakuk 2:4 vertaald met het Griekse woord πίστις (pistis). Hier volgen een paar bijbelverzen waarin אמונה(èmoenâh) in de LXX vertaald is met πίστις (pistis):

(2 Kronieken 31:15 SV) En aan zijn hand waren Eden, en Minjamin, en Jesua (Jesjoea), en Semaja, Amarja en Sechanja, in de steden der priesteren, met getrouwigheid (èmoenâh Heb.3| pistis LXX), om aan hun broederen in de verdelingen, zowel aan de kleinen als de groten, uit te delen:

(2 Kronieken 34:12a HSV) De mannen verrichtten trouw (èmoenâh Heb.| pistis LXX) het werk.

(2 Koningen 22:7 SV) Doch er werd met hen geen rekening gehouden van het geld, dat in hun hand geleverd was, want zij handelden trouwelijk (èmoenâh Heb.| pistis LXX).

(Psalm 33:4 NBG’51) Want des Heren woord is waarachtig, al zijn werk geschiedt in trouw (èmoenâh Heb.| pistis LXX).

(Hosea 2:19 HSV) In trouw (èmoenâh Heb.| pistis LXX) zal Ik u voor Mij als bruid nemen; en u zult de HEERE kennen.
Pistis wordt ook gebruikt in de LXX om nog een ander woord van de zelfde woordfamilie als אמונה (èmoenâh) te vertalen. Dit laat ook zien dat pistis wel degelijk de betekenis van vastzetten / vaststaan of trouw met zich mee draagt.

(Nehemiah 9:38 SV) En in dit alles maken wij een vast verbond (ămânâh Heb.| pistis LXX) en schrijven het; en onze vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen.

(Deuteronomium 32:20 SV) En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geentrouw(êmûn Heb.| pistis LXX) is.

(Spreuken 3:3-4 NBG’51) Dat liefde en trouw (emeth Heb.| pistis LXX) u niet verlaten! Bind ze om uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart, Dan zult gij genegenheid en goedkeuring verwerven in de ogen van God en mensen.

(Jeremiah 32:41 SV) En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe; en Ik zal hen getrouwelijk (emeth Heb.| pistis LXX) in dat land planten, met Mijn ganse hart en met Mijn ganse ziel.
De Septuaginta (LXX) laat zien dat het Griekse woord πίστις (pistis) in die tijd gebruikt werd om het het Hebreeuwse woord אמונה (èmoenâh) te vertalen naar het Grieks, en dat πίστις (pistis) niet hoofdzakelijk ‘geloof’ betekent, maar ook ‘trouw / standvastigheid / loyaliteit’. Maar waarom heeft men dan het woord πίστις (pistis) in de geschriften van de apostelen standaard vertaald met ‘geloof’ op een enkele uitzondering na?
Op de volgende twee plaatsen wordt πίστις (pistis) in de NBG’51 en de HSV vertaald met trouw:

(Titus 2:9-10 NBG’51) De slaven moeten hun meesters onderdanig zijn in alles, het hun naar de zin maken zonder tegenspraak, of oneerlijkheid (ontrouw), maar alle goede trouw (πίστις pistis) bewijzen, om de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken.

(Romeinen 3:3b NBG’51)Als sommigen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw (πίστις pistis) Gods tenietdoen?
Het zou niet gepast zijn geweest als op deze twee plaatsen πίστις(pistis) vertaald was met ‘geloof’. Omdat God niet ergens in moet geloven betekent πίστις (pistis) hier duidelijk: trouw. Ontrouw wordt in deze verzen ook tegenover πίστις (pistis) gezet. Dat πίστις (pistis) ook in de geschriften van de apostelen (NT) de betekenis van trouw met zich meedraagt, daarvan getuigt ook het bijvoeglijke naamwoord πιστός (pistos), een woord dat deel is van dezelfde woordfamilie. Enkele voorbeelden hiervan uit de Bijbel zijn:

(Lukas 16:10 SV) Die getrouw (πιστός pistos) is in het minste, die is ook in het grote getrouw (πιστός pistos); en die in het minste onrechtvaardig is (wat ontrouw is), die is ook in het grote onrechtvaardig.

(1 Korinthe 7:25b HSV) Ik geef echter mijn mening als iemand die barmhartigheid van de Heere heeft gekregen om trouw (πιστός pistos) te zijn.

(Lukas 12:42-46 HSV) En de Heere (Jesjoea) zei: Wie is dan de trouwe (πιστός pistos) en verstandige rentmeester(gelovige), die de heer over zijn huisbedienden zal aanstellen om aan hen op de juiste tijd het voedsel te geven dat hun toekomt? Zalig de slaaf (gelovige) die door zijn heerbij zijn komst (tweede komst van Jesjoea) zo handelend aangetroffen zal worden (als een trouwe en verstandige rentmeester). Werkelijk, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen(het koninkrijk beërven). Als die slaaf (gelovige) echter in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen de knechten en de dienstmeisjes te slaan, te eten en te drinken en dronken te worden, dan zal de heer van deze slaaf (gelovige) komen op een dag waarop hij hem niet verwacht, en op een uur dat hij niet weet; en hij zal hem in stukken houwen en hem in het lot doen delen van hen die ontrouw (ἄπιστος a-pistos) zijn(de tweede dood, de hel).

(1 Korinthe 4:2 BaZ) …verder is het vereist van elke beheerder dat hij getrouw (πιστός pistos) wordt bevonden.

(1 Timotheüs 3:11 HSV) De vrouwen moeten evenzo eerbaar zijn, geen kwaadspreeksters, beheerst, trouw (πιστός pistos)in alles.

(Openbaring 2:10b-11 HSV) Wees trouw (πιστός pistos) tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood (de hel).

(Openbaring 19:11a HSV) En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw (πιστός pistos) en waarachtig genoemd.
Zowel het zelfstandige naamwoord πίστις (pistis) als het bijvoeglijke naamwoord πιστός (pistos) dragen een bredere betekenis dan alleen trouw. Ze bevatten ook de betekenis van geloof / vertrouwen en het zweren van loyaliteit. Voor meer informatie over de betekenis en hoe het woord πίστις (pistis) en verwante woorden werden gebruikt in de tijd en cultuur van toen, kun je de volgende Engelse boeken lezen: “Salvation by allegiance alone” geschreven door Matteüs W. Bates of het boek, “Citizenship: Paul on Peace and Politics” geschreven door Gordan Mark Zerbe.
| Hieronder een citaat uit het boek “Citizenship: Paul on Peace and Politics”, (blz. 34), om een idee te geven van de conclusie waar de schrijver van het boek op uit is gekomen. Het citaat is in het Engels met daaronder een Nederlandse vertaling. |
| As elsewhere in Greek discourse, pistis and cognate words in Paul’s letters have a remarkable polyvalence and range. Sometimes a specific use of pistis incorporates a broad range of senses that cannot be easily rendered in English, and sometimes a use highlights a particular sense of pistis. There are two key problems, however, in properly rendering Paul’s language of pistis and pisteuein into English. (a) English lexically separates faith from faithfulness, and trust from trustworthiness. To truly render the full sense of pistis in many instances, one should really use a hyphenated neologism like “loyalty-faith,” or “faith / fidelity,” or a phrase such as “loyal faith,” or “faithful trust.” (b) English has no corresponding verb for the nouns “faith” or “loyalty,” in the same way that “believe” is a counter-part to “belief.” Nor does the verb “trust” have a corresponding participle “truster,” in the way that “believe” has the rendering “believer.” But we do have a word for people who are loyal, “loyalists,” and in most instances, that is a far better rendering of Paul’s meaning than the translation “believers.” While Paul does sometimes use pistis and pisteuein with the primary connotations of “belief” and “believe,” these are minority examples, and not at the core of his proclamation. But in accordance with longstanding tradition, English translations still regularly supply “believe” when the meaning is actually “to trust,” or a combination of “to trust and be loyal,” or a blend of “to believe, trust, and be loyal.” Or, English translations supply “believers,” when the meaning is “those who trust and are faithful,” “those who trust and obey,” or “those who declare allegiance.” |
| Hieronder een Nederlandse vertaling: Zoals elders in het Griekse spreken, hebben pistis en verwante woorden in Paulus’ brieven een opmerkelijke veelzijdigheid en reikwijdte. Soms omvat een specifiek gebruik van pistis een breed scala aan betekenissen die niet gemakkelijk in het Engels (en Nederlands) kunnen worden weergegeven, en soms benadrukt een gebruik (van het woord) een bepaalde betekenis van pistis. Er zijn echter twee belangrijke problemen bij het correct weergeven van Paulus’ taalgebruik van pistis en pisteuein in het Engels (dit komt aardig overeen met het Nederlands). (a) Het Engels scheidt lexicaal geloof van trouw, en vertrouwen van betrouwbaarheid. Om de volledige betekenis van pistis in veel gevallen echt weer te geven, zou men eigenlijk een neologisme met koppelteken moeten gebruiken, zoals “loyalty-faith” (loyaliteit-geloof), of “faith / fidelity” (geloof / trouw), of een zin zoals “loyal faith” (loyaal geloof), or “faithful trust” (getrouw vertrouwen). (b) Het Engels heeft geen overeenkomstig werkwoord voor de zelfstandige naamwoorden “faith” (geloof) of “loyalty” (loyaliteit), op dezelfde manier dat “believe” (geloven) een tegenhanger is van “belief” (geloof). Het werkwoord “trust” (vertrouwen) heeft ook geen overeenkomstig deelwoord “truster” (vertrouwer), zoals “believe” (geloven) de weergave “belie-ver” (gelovige) heeft. Maar we hebben wel een woord voor mensen die loyaal zijn, “loyalists” (loyalen / getrouwen), en in de meeste gevallen is dat een veel betere vertaling van Paulus’ betekenis dan de vertaling “believers” (gelovigen). Hoewel Paulus soms pistis en pisteuein gebruikt met de hoofdzakelijke connotaties (betekenis) van “belief” (een geloof) en “believe” (geloven), is dit de minderheid en niet de kern van zijn verkondiging. Maar in overeenstemming met de langdurige traditie, geven Engelse (en Nederlandse) vertalingen nog steeds regelmatig “believe” (geloven) weer wanneer de betekenis eigenlijk “to trust” (vertrouwen) is, of een combinatie van “to trust and be loyal” (vertrouwen en trouw zijn), of een mengvorm van “to believe, trust, and be loyal” (geloven, vertrouwen en loyaal zijn). Of, Engelse vertalingen geven “believers” (gelovigen) weer, wanneer de betekenis is “these who trust and are faithful” (zij die vertrouwen en trouw zijn), “these who trust and obey” (zij die vertrouwen en gehoorzamen) of “these who declare allegiance” (zij die loyaliteit verklaren). |
| Hieronder een citaat uit het boek “Salvation by allegiance alone”, (blz. 5), om een idee te geven van de conclusie waar de schrijver van het boek op uit is gekomen. Het citaat is in het Engels met daaronder een Nederlandse vertaling. |
| With regard to eternal salvation, rather than speaking of belief, trust or faith in Jesus, we should speak instead of fidelity to Jesus as cosmic Lord or allegiance to Jesus the king. This, of course, is not to say that the best way to translate every occurrence of pistis (and related terms) is always or even usually “allegiance.” Rather it is to say that allegiance is the best macro-term available to us that can describe what God requires from us for eternal salvation. It is the best term because it avoids unhelpful English-language associations that have become attached to “faith” and “belief,” as well as limitations in the “trust” idea, and at the same time it captures what is most vital for salvation—mental assent, sworn fidelity, and embodied loyalty. |
| Hieronder een Nederlandse vertaling: Met betrekking tot de eeuwige zaligheid (onze uiteindelijke redding), in plaats van te spreken van overtuiging, vertrouwen of geloof in Jezus, zouden we in plaats daarvan moeten spreken over trouw aan Jezus als kosmische Heer of trouw aan Jezus de koning. Dit, natuurlijk, wil niet zeggen dat de beste manier om elk voorkomen van pistis (en aanverwante termen) altijd te vertalen is, of zelfs meestal, met “trouw” (allegiance / gezworen trouw). Het is eerder om te zeggen dat trouw de beste beschikbare macro-termijn is voor ons, die beschrijft wat God van ons verlangt voor de eeuwige zaligheid. Het is de beste term omdat het onhandige Engelstalige (en ook Nederlandstalige) associaties voorkomt die gehecht zijn geraakt aan “geloof” en “geloven,” evenals de beperkingen rond het begrip van “vertrouwen”, en tegelijkertijd geeft het dat weer, wat het meest van vitaal belang is voor de zaligheid—mentale instemming, gezworen trouw en belichaamde loyaliteit. |
Voor meer duidelijkheid over hun onderzoek kun je deze boeken lezen.
De geschiedenisboeken van de Makkabeeën en Flavius Josephus dragen bij in het begrijpen van wat πίστις (pistis) betekende in en rond de tijd van de apostelen.
- (1 Makkabeeën 10:25b-27 Willibrordvertaling) Koning Demetrius aan het volk van de Joden. Heil! Wij hebben met vreugde vernomen dat u de met ons gesloten verdragen bent nagekomen, de vriendschap met ons bent trouw gebleven en u niet hebt aangesloten bij onze vijanden. Blijf ook nu in uw trouw (πίστις pistis) jegens ons volharden; wij zullen alles wat u voor ons doet met weldaden vergelden,
“Volhard in uw πίστις(pistis)” klinkt als een oproep uit de Bijbel. Maar vraagt koning Demetrius hier om het geloof van de Joden, of om hun loyaliteit / trouw? In de tijd van de apostelen was er een Joodse generaal genaamd Josephus. In de Griekse tekst van “The Life of Flavius Josephus” komt het woord pistis / pistos in verschillende vervoegingen voor en wordt daarmee hoogstwaarschijnlijk altijd trouw / loyaliteit bedoeld. Hier volgen een paar citaten met een Engelse vertaling er naast.



In het volgende voorbeeld gaat het niet om Jezus (Jesus) uit Nazareth, maar een rebelleider met de zelfde naam. Deze rebelleider wordt door Josephus opgeroepen om zich te bekeren en loyaliteit / trouw te bewijzen.

| Hieronder een vertaling van het Engels naar het Nederlands. |
| 110 Toen riep ik Jezus apart en vertelde hem dat ik niet onwetend was van zijn bedrieglijke plannen tegen mij, en door wie hij gezonden was, maar dat ik hem vergeven zou van wat hij had gedaan als hij zich zou bekeren daarvan en daarna ook getrouw zou zijn aan mij. |
Als dit de woorden van Koning Jesjoea waren geweest, zouden de Bijbelvertalers waarschijnlijk een vertaling hebben overwogen zoals: “bekeer je en geloof in Mij”. Als nu Josephus als generaal niet vraagt om geloof, maar om trouw / loyaliteit, waarom zou de Koning boven alle koningen dan niet van zijn volk vragen om trouw / loyaliteit in plaats van enkel geloof?
Verplaats je eens in de mensen die toen leefden in het Midden-Oosten, aan de ene kant vroegen aardse koningen van hen hun πίστις (pistis) en aan de andere kant vroeg de hemelse Koning van hen hun πίστις (pistis). Zouden ze dan bij de ene koning denken aan ‘geloof’ en bij de ander aan ‘trouw’ terwijl ze hetzelfde woord gebruiken?
Christus is geen achternaam, maar een titel. Christus is een Grieks woord dat gezalfde betekent, zoals messias in het Hebreeuwse gezalfde betekent. Wanneer de Bijbel Jesjoea, de Gezalfde (Christus / Messias) noemt, dan verwijst het naar Zijn zalving tot Koning en Hoge-priester over Gods koninkrijk en volk. En omdat een belangrijk deel van het evangelie draait om de beloofde Zoon van David, Die Gods koninkrijk hier op aarde voor eeuwig zal vestigen en Gods volk zal bevrijden van elke vijand door alle koninkrijken van de wereld weg te vagen, is het logisch dat deze goede boodschap gepaard gaat met de oproept om niet langer in vijandschap met God te leven. We worden geroepen ons te bekeren van onze zonden, ons vertrouwen op God en Zijn Gezalfde te stellen, en Hem loyaal / trouw te zijn tot het einde. (Open 2:10, Lukas 6:46) Dit is de context van het evangelie waarin wij worden opgeroepen door God om onze πίστις (pistis) te geven. Deze oproep gaat duidelijk verder dan alleen ons ‘geloof’ (overtuiging / vertrouwen) in dat Jesjoea Gods Gezalfde is en voor onze zonden is gestorven.
Door πίστις (pistis) standaard en bijna uitsluitend te vertalen met ‘geloof’ wordt er van de duidelijke verwijzing naar de trouw / loyaliteit aan God en Zijn gezalfde Koning verwijderd, waardoor de focus verlegt wordt op alleen geloven (overtuiging / vertrouwen). Er ontstaat hierdoor een vertekend beeld van waar het evangelie ons toe oproept, waardoor mensen schuin gaan in hun denken en dwalingen geloven; dat alleen geloven zonder werken (trouw) voldoende zou zijn om Gods koninkrijk binnen te mogen gaan. Dit gaat echter tegen de waarheid in. (Jak 2:24)
Terugkomend op de vraag: Vinden we het belangrijk om correct te verstaan, waaruit de rechtvaardige zal leven? Omdat de context rond Habakuk 2:4, en wanneer dit vers geciteerd wordt in de Hebreeën brief, spreekt over trouw en ontrouw, lijkt het ons correct, om op die plaatsen אמונה (èmoenâh), πίστις (pistis) of het Aramese woord הימנותא (haymanoeta) te vertalen met een woord dat verwijst naar ‘trouw / loyaliteit’ en niet alleen naar ‘geloof’. Hiermee willen we niets afdoen van het feit dat πίστις (pistis) of het Aramese woord הימנותא (haymanoeta) ook de betekenis van geloof met zich meedraagt. Maar omdat binnen de huidige Nederlandse taal en cultuur ‘geloof’ en ‘trouw’ als twee aparte begrippen worden gezien, wordt de lezer niets verteld over het aspect van trouw / loyaliteit, wanneer het naar het Nederlands vertaald wordt met alleen het woord ‘geloof’. Wij hebben er daarom voor gekozen om in Galaten 3:11, πίστις (pistis) en הימנותא (haymanoeta) te vertalen met ‘geloofstrouw’. Een woord waarmee we proberen te verwijzen naar meer van de complete betekenis van deze woorden. Met ‘geloofstrouw’ verwijzen we naar een loyaliteit of trouw die gegeven wordt omdat diegene is gaan geloven. Een volkomen toewijding in trouw, die gezworen wordt en vaststaat vanwege een overtuiging en een vertrouwen. Met het woord ‘geloofstrouw’ verwijzen wij dus naar beiden, geloven en het trouw zijn.

Door hoofdzakelijk אמונה (èmoenâh) te vertalen met ‘trouw’ en πίστις (pistis) met ‘geloof’, lijkt God een ander evangelie te verkondigen door de wet en de profeten (OT) dan door de Griekse tekst van de geschriften van de apostelen (NT). Eén voor de dood en opstanding van Jesjoea; waarin God het leven belooft aan wie trouw zijn, en een ander evangelie daarna; waarin God de focus zou hebben veranderd naar geloven los van onze trouw / wandel / werken. Maar dit blijkt niet waar te zijn wanneer we dieper graven naar de waarheid. Het evangelie waar ook Jesjoea Zich voor inzette en dat Hij verkondigde voor Zijn dood, veranderde niet erna. De woorden אמונה (èmoenâh), πίστις (pistis) en הימנותא (haymanoeta) zijn niet met de dood van Jesjoea veranderd van betekenis. Voor de dood en opstanding van Jesjoea schonk God, de rechtvaardige, het leven door אמונה (èmoenâh) en nu erna nog altijd. Of je moet van mening zijn dat Paulus de woorden van Habakuk anders bedoelt dan Habakuk zelf. Maar als dat waar zou zijn, dan zou dat betekenen dat Paulus de woorden van Habakuk niet naar waarheid citeert, maar die verdraait.
De Allerhoogste is geen God die soms een foutje maakt en Hij spreekt Zichzelf ook niet tegen. Hij heeft één evangelie, één weg die naar het leven leidt, en één deur om Zijn koninkrijk binnen te gaan.4 (Heb 4:2, 6, 1Kor 10:4)
Begrijp ons niet verkeerd, wij zijn niet tegen het woord ‘geloof’ of ‘geloven’. Willen we leven, dan moeten we zeker geloven, maar als we Gods Gezalfde willen volgen en het leven binnengaan, dan moeten we ook trouw zijn aan de Koning. Met betrekking tot de oproep waarmee de Koning ons roept, willen we nogmaals kijken naar hoe de schrijver van de Hebreeën brief Habakuk 2:4 citeert.

(Hebreeën 10:36-39 BaZ) Want jullie hebben volharding nodig, om door de wil van God te volbrengen de belofte te verkrijgen. Immers, nog een korte tijd en Hij Die staat te komen, zal komen en niet [meer] uitblijven.(Jesjoea die in Gods naam zal oordelen over wie de belofte met het eeuwige leven zal verkrijgen.) Nu, de rechtvaardige zal leven uit geloofstrouw, maar als hij [zich] onttrekt (lauw wordt in het doen van Gods wil en niet volhard tot het einde, Open 3:16), Mijn ziel zal in hem geen behagen hebben. (die zal sterven, zie volgende zin & Jer 14:12, Han 10:34-35). Maar wij zijn niet [mensen] die zich onttrekken [wat leid] tot het verderf, maar van de geloofstrouw [wat leid] tot het behoudt van de ziel.

Een belangrijk onderdeel van het evangelie (het goede nieuws) is; dat Gods levende woord geboren is in deze wereld, de ware weg naar het leven heeft verkondigt en voorgeleefd, elke verleiding overwonnen heeft en door God tot Koning en Hogepriester is gezalfd. Jesjoea is de beloofde Messias. Wij worden opgeroepen om ons te bekeren van zonde en onze πίστις (pistis) in Hem te stellen; wat inhoudt dat we God en Zijn Gezalfde vertrouwen en Hem onze loyaliteit / trouw zweren.
God biedt een verbond aan en dat vraagt altijd van de ander om zijn trouw aan het verbond. Als het gaat om een Koning en Zijn heersen over een volk, dan is het logisch dat het gaat om onverdeelde loyaliteit. De Bijbel vergelijkt het verbond ook met een huwelijksverbond; als tussen de Bruidegom (Koning Jesjoea) en de Bruid (Zijn volk / gemeente). Wanneer wij met Hem in het verbond willen treden, dan reinigen we ons om rein te worden als een reine maagd. (1Joh 3:3, 2Cor 11:2, Open 19:7-8) Dan geven we ons woord om heilig te wandelen en aan Hem trouw te zijn tot in de dood. (Open 2:10, 12:11, 1Joh 3:16) Niemand heeft deel aan Zijn verbond door alleen te geloven. Er staan genoeg waarschuwingen in de Bijbel dat als we ontrouw zouden worden, we uiteindelijk uitgespuwd zullen worden in de buitenste duisternis en nooit deel zullen krijgen aan het eeuwige leven. (Joh 15:1-6, Mat 25:14-30)5 Trouw zijn aan God en Zijn verbond kunnen we niet vervangen door alleen geloven (een overtuiging / vertrouwen). Onze verplichting om trouw te zijn kunnen we niet wegredeneren, alsof onze loyaliteit aan de Koning boven alle koningen niet noodzakelijk zou zijn om zalig te worden. Loyaliteit kan alleen door ons worden verwezenlijkt wanneer wij onszelf verloochenen, ons kruis opnemen en de Koning volgen waar Hij ook gaat. (Mar 8:34-35, Luk 14:26) We kunnen niet half of gedeeltelijk onze eigen wil laten heersen, de ‘troon’ over ons leven moeten we volledig aan Hem afstaan willen we werkelijk deel van Zijn Koninkrijk zijn.

(Mattheüs 25:23 HSV) Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.
| De volgende twee Engelse vertalingen kwamen we tegen die πίστις (pistis) in Galaten 3:11 ook met ‘trouw’ (faithfulness / being faithful) vertalen: |
| (Galaten 3:11b Good News of Messiah) “the righteous one will live based on faithfulness.” (Galaten 3:11b Complete Jewish Bible) “The person who is righteous will attain life by trusting and being faithful.” |
Wanneer gezien wordt dat het correcter is om Habakuk 2:4 (en wanneer dit vers geciteerd wordt) te vertalen met loyaliteit, trouw of geloofstrouw, dan wordt ook duidelijk dat op meerdere plaatsen πίστις (pistis) niet vertaald kan worden met alleen ‘geloof’. In Romeinen 1:17 citeert Paulus Habakuk 2:4 als een soort van samenvatting van wat hij daar schrijft. Als Paulus in zijn citaat van Habakuk met πίστις (pistis) onze trouw / loyaliteit bedoelt dan is het logisch dat hij in de zin ervoor met hetzelfde woord niet alleen spreekt over geloof, maar juist over trouw / loyaliteit. Op de volgende manier hebben wij Romeinen 1:16-18 neergezet in de hoop dat de boodschap accurater overkomt.

(Romeinen 1:16-18 BaZ) Want ik schaam mij niet voor het Evangelie (de goede Boodschap / Leer); want het is de kracht van God [die leid] tot redding, voor iedereen die door geloof, getrouw is (πιστεύω pisteuō), eerst de Joden daarnaast ook [voor de andere] volken. Want de rechtvaardigheid van God wordt daarin (het Evangelie, de ware Leer) geopenbaard, uit geloofstrouw (πίστις pistis) tot geloofstrouw (πίστις pistis); overeenkomstig dat wat geschreven is (in de Profeten): “De rechtvaardige zal leven uit geloofstrouw (אמונה èmoenâh| πίστις pistis).” Dit is zo omdat de toorn van God geopenbaard wordt vanuit de hemel over alle slechtheid en onrechtvaardigheid van de mensen, die de waarheid onderdrukken in ongerechtigheid.
Eén van de manieren hoe waarheid wordt onderdrukt in ongerechtigheid is door mensen die zeggen Christen te zijn maar Hem niet trouw volgen. Door bewust te doen wat slecht is, is diegene ontrouw aan de waarheid en onderdrukt hij die in slechtheid. Inplaats van πίστις (pistis) toont diegene het tegenovergestelde; ontrouw (ἀπιστία apistia). Ook deze verzen getuigen dat het ware Evangelie niet alleen een vertrouwen verkondigt, maar duidelijk een geloofstrouw.

(Hebreeën 3:12-14 BaZ) Daarom, wees alert mijn broeders en zusters, dat er niet in één van jullie een slecht hart (denken / redeneren) dat ontrouw (ἀπιστία apistia) zou zijn, en jullie zouden afwijken van de levende God; Maar vermaan elkaar [en blijf jullie zelf onderzoeken] alle dagen, zolang het nog kan, opdat niet iemand onder jullie (binnen het lichaam van de Gezalfde), door de verleiding van zonde verhard (verblind) wordt. Want wij zijn samengevoegd en deel geworden van de Gezalfde, wanneer wij het begin van deze vaste grond (het verbond / de Gezalfde / de waarheid) stevig vasthouden (trouw blijven) tot het einde,

(2 Petrus 3:17 BaZ) Daarom geliefden, jullie die van tevoren gewaarschuwd zijn, behoed jullie zelf (wees alert), anders zouden jullie meegaan in de misleiding van wetsovertreders (de ontrouwen), en daardoor afvallen van jullie eigen standvastigheid (trouw / loyaliteit).

(Kolossenzen 2:5 BaZ) Want al ben ik in het vlees afwezig, in de geest ben ik bij jullie en ik zie met blijdschap de ordelijkheid en de vastheid van jullie ..???.. (πίστις pistis) tot de Gezalfde.
We worden deel van Gods volk door ons te bekeren van onze wetteloosheid en trouw te zweren aan God en Zijn gezalfde Koning, en binnen Zijn heerschappij (Zijn koninkrijk met haar grondwet) te wandelen. Daarvoor moeten we onszelf verloochenen en onderwerpen aan de Koning, en Zijn woord geloven en getrouw opvolgen zoals Abraham. (Jak 4:7, Rom 4:12) Laten we niet alleen ons vertrouwen stellen in God en Zijn Gezalfde maar juist ook onze onverdeelde trouw.

(Lukas 18:8b BaZ) “Echter, wanneer de Mensenzoon komt (om als Koning te oordelen), zal Hij dan ..???.. (πίστις pistis) vinden op de aarde?”
Zoals ook de andere twee woorden: het Hebreeuwse emoenah en het Aramese haymanoetha, is iemand die pistis heeft; iemand die heeft laten zien dat hij betrouwbaard is in het uitvoeren van zijn taken. En is dat niet wat Jesjoea ons probeert te leren?

(Mattheüs 24:45-48a HSV) Wie is dan de trouwe en verstandige dienaar, die zijn heer over zijn personeel aangesteld heeft om hun het voedsel op de juiste tijd te geven? Zalig die dienaar die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Voorwaar, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Maar als…
Bedankt voor het lezen van deze studie.
Mag de genade van God met je zijn.

Door te klikken op het PDF-icoon hiernaast kun je de volledige studie downloaden. Je kunt die dan offline bekijken of uitprinten.
- In het boek “Galaten als Zwaard” gaan we dieper in op het vraagstuk; wanneer wij een rechtvaardige of een onrechtvaardige zijn in Gods ogen. ↩︎
- Het Hebreeuwse woord ‘emet’ is familie van het woord ‘emoenah’. Dit kunt je ook terugzien in het eerder getoonde overzicht uit het woordenboek “Ancient Hebrew Lexicon”. ↩︎
- Heb. is een afkorting die staat voor:Hebreeuws. We gebruiken dit hier om daarmee aan te geven dat in deHebreeuwse tekst op deze plaats het woord èmoenah staat. ↩︎
- In het boek “Galaten als Zwaard” laten we in hoofdstuk “één eeuwig evangelie” aan de hand van de Bijbel zien, dat voor en na de dood en opstanding van Jesjoea hetzelfde evangelie door God werd verkondigt. ↩︎
- Dit onderwerp hebben we uitgediept inhoofdstuk 6.5 “Geloven zonder trouw / gehoorzaamheid is dood”. ↩︎


