De ware Christus onderscheiden van een antichris

Wat is de door God gegeven toetsteen


Door te klikken op het PDF-icoon hiernaast kun je de volledige studie downloaden. Je kunt die dan offline bekijken en uitprinten.


Is geloven in de ware Christus voor jou belangrijk? Zou je het erg vinden als je op Gods oordeelsdag er achter zou komen dat je je geloof had gesteld in een imitatie? De Bijbel waarschuwt ons voor de antichrist, dat die ons kan misleiden en afhouden van de ware Christus, met alle gevolgen van dien. Met het woord ‘anti’ wordt in dit geval niet zozeer bedoeld: ’tegen’, maar meer ‘plaatsvervangend’. De antichrist is iemand die de plek van de ware Christus inneemt. Iemand die zich voordoet of voorgesteld wordt als de ware Christus, maar Hem in werkelijkheid niet is.

De tegenstander doet zijn best om ons mensen te doen geloven, niet in de ware Christus, maar in een plaatsvervanger die mensen weghoudt van Gods koninkrijk en het eeuwige leven. Er zijn wereldwijd en door de tijd heen verschillende uitleggingen gegeven over wie de Christus was en is. Helaas komen ze niet allemaal met elkaar overeen en worden er ook valse christussen verkondigd. Paulus, die zeer veel liefde had voor de gelovigen, waarschuwde hen met de volgende woorden hiervoor:

(2 Korinthe 11:3-4 BaZ) Maar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva heeft verleid, zo ook jullie denken zal bederven; om af te wijken van de oprechte en zuivere toewijding aan de Gezalfde (Messias/Christus1). Want als er iemand komt die een andere Jesjoea2 (Jezus) verkondigt, die wij niet gepredikt hebben, of wanneer jullie een andere geest ontvangen die jullie niet ontvangen hebben, of een ander evangelie dat jullie niet ontvangen hebben, dan tolereren jullie [hem of dat] voorbeeldig. (Iets wat ze niet zouden moeten doen.)  

Volgens Paulus zijn de gelovigen in Korinthe in gevaar om door de sluwheid van de slang (satan) misleid te worden. Zou dat dan ook ons kunnen overkomen?

Wat denk jij; kan iemand in een antichrist geloven, denkende dat het de echte Christus is? En kan het zijn dat mensen verloren gaan omdat ze niet in de ware Christus geloven, maar in een valse? Wie wil er niet van God een toetssteen ontvangen waarmee je kunt nagaan of de Christus die we volgen wel de ware is?

In deze studie behandelen we wat de toetssteen is die God aanreikt. De toetssteen helpt ons inzien wanneer iemand werkelijk waardig is voor God om de Christus te zijn.

(Openbaring 5:1-4 HSV) En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, vanbinnen en vanbuiten beschreven, verzegeld met zeven zegels. En ik zag een sterke engel, die met luide stem uitriep: Wie is het waard de boekrol (van het leven) te openen en zijn zegels te verbreken? Maar er was niemand in de hemel en ook niet op de aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen of hem inzien. En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien…

Zonde is wat scheiding maakt met God. (Jes 59:2) Het zorgt ervoor dat iemand de doodstraf verdient en daardoor is afgesneden van God, de enige Bron van het leven. (Rom 6:23) Als deze boekrol niet door iemand opengemaakt kan worden, dan zal ook niemand vrijgekocht kunnen worden van de dood en verzoend worden met God. Dan zullen we allemaal de straf voor onze zonden zelf moeten dragen.

(Openbaring 5:5-9 HSV) En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken. En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven hoorns en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde. En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. En toen Het de boekrol genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de gebeden van de heiligen. En zij zongen een nieuw loflied en zeiden; “U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te verbreken, want U bent geslacht en U hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.” 

Waarschijnlijk zongen ze dit lied met ontzettend grote dank voor het geschenk van herstel en eeuwig leven, beseffend van welke verschrikkelijke dood en ellende ze verlost waren. Door en door blij dat er Iemand was die het waard was om uit Gods hand het boek van het leven te nemen en zijn zeven zegels te verbreken. Maar wat maakt eigenlijk iemand waardig om de zegels van het boek van het leven te verbreken en een groot volk te kunnen vrijkopen van hun zondeschuld tegenover een heilig God? Wanneer is iemand zelfs waardig om verzoening te kunnen doen voor een ontelbaar groot volk? Onder de mensen werd er niemand gevonden, ja, zelfs niet onder de engelen.

Om bij ons onze zonden weg te nemen en ons te verzoenen met God, heeft God zelf moeten voorzien in een waardig ‘offer-Lam’ dat werkelijk overeenkomstig Zijn rechtvaardigheid al het onrecht recht kan zetten. (Lev 17:11) Iemand die met Zijn bloed werkelijk ons kan vrijkopen van onze zondeschuld. Dit is absoluut geen kleinigheid, maar iets onmetelijk kostbaars. (1Pet 1:19) Al het goud en zilver van deze wereld bij elkaar is nog altijd daarmee niet te vergelijken. (Mar 8:37, Luk 9:25) Met geen enkele hoeveelheid geld of werken kan iemand het recht bij God kopen om het boek van het leven uit Zijn hand te kunnen nemen en de zegels ervan te verbreken. Maar wanneer is iemand dan wel waardig? Wat maakt de ware Christus dan waardig?

Om Gods perfecte Lam te kunnen zijn, moest Jesjoea (Jezus) gaaf zijn, zonder enig gebrek. (Exo 12:5, Deu 17:1, 1Pet 1:19) Dat betekent dat Hij niet mag hebben gezondigd. Hij moet de wet, die God door Mozes heeft laten opschrijven, nooit hebben overtreden, maar die vlekkeloos in acht hebben genomen. (1Joh 3:4) Eén van Gods geboden is dat er niets van Zijn wet mag worden afgedaan of daaraan mag worden toegevoegd. (Deu 12:32, 28:13-15) Dat dit een belangrijk gebod is, komt naar voren in dat God het verschillende keren herhaalt.

(Deuteronomium 4:2 HSV) U mag aan het woord dat ik u gebied, niets toevoegen en er ook niets van afdoen, opdat u de geboden van de HEERE, uw God, die ik u gebied, in acht neemt.

(Spreuken 30:5-6 HSV) Ieder woord van God is gelouterd, Hij is een schild voor hen die tot Hem de toevlucht nemen. Voeg niets toe aan Zijn woorden, anders zal Hij u straffen,
omdat u een leugenaar zou blijken te zijn.

(Deuteronomium 5:32 HSV) U moet dus nauwlettend handelen zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft; wijk niet af, naar rechts of naar links.

Hierbij worden de toekomstige koningen van Israël, die macht hebben om wetten te maken, specifiek door God opgedragen om niet aan Zijn wet toe te voegen of daarvan af te doen.

(Deuteronomium 17:18-20 HSV) Verder moet het zó zijn, als hij op de troon van zijn koninkrijk zit, dat hij voor zichzelf op een boekrol een afschrift van deze wet schrijft, vanuit de rol die onder het toezicht van de Levitische priesters is. Dat moet bij hem zijn en hij moet er alle dagen van zijn leven in lezen om de HEERE, zijn God, te leren vrezen en om alle woorden van deze wet en deze verordeningen in acht te nemen door ze te houden, opdat zijn hart zich niet verheft boven zijn broeders, opdat hij niet afwijkt van het gebod, naar rechts of naar links en opdat hij zijn dagen verlengt in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, te midden van Israël.

Jesjoea de Gezalfde koning kan daarom alleen zonder zonde zijn wanneer Hij niets van de wet heeft afgeschaft of daaraan heeft toegevoegd. Dit betekent dat Jesjoea alleen de beloofde en ware Christus kan zijn, wanneer Hij de wet heeft geleerd zoals God het altijd al bedoeld heeft. Niets meer en niets minder. Ook had God voorzegd dat alleen een zoon van David waardig zou zijn om voor eeuwig op de troon van Israël te mogen zitten, wanneer hij Gods wet in acht neemt. (Luk 1:69)

(Psalm 132:11-12 HSV) De HEERE heeft David in waarheid gezworen, en Hij zal daar niet van afwijken: Eén van de vrucht van uw schoot zal Ik op uw troon zetten. Als uw zonen Mijn verbond in acht zullen nemen en Mijn getuigenissen (de wet), die Ik hun leren zal, zullen ook hun zonen tot in eeuwigheid op uw troon zitten.

(2 Kronieken 6:16 HSV) En nu HEERE, God van Israël, houd U tegenover mijn vader David, Uw dienaar, aan wat U tot hem gesproken hebt: Het zal u voor Mijn aangezicht niet aan een man ontbreken die op de troon van Israël zal zitten, tenminste, wanneer uw zonen op hun weg letten door in Mijn wet te wandelen, zoals u voor Mijn aangezicht gewandeld hebt. 

Deze belofte en voorwaarde gelden uiteraard ook voor de Zoon. God heeft in Zijn wet, die Hij door Mozes heeft laten opschrijven, vastgelegd dat de ware Christus alleen Diegene kan zijn die de wet doet en verkondigt:

(Deuteronomium 18:15-19 HSV) Een Profeet (de Christus) uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik (Mozes), zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren, overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag dat u daar bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven. Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben. Ik zal een Profeet (de Christus) voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hemgebied, zal Hij tot hen spreken. En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn: Ík zal rekenschap van hem eisen.3


God had Mozes onderwezen en toegerust om de ware interpretatie van Zijn wet te leren aan het volk. En God beloofde na Mozes de Profeet te sturen die net als Mozes zou zijn. In Handelingen lezen we dat Petrus, Jesjoea aanwijst als de Profeet die de Vader beloofd had te zenden.

(Handelingen 3:19-23 HSV) Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere, en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen. Want Mozes heeft tegen de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal voor u een Profeet laten opstaan uit uw broeders, zoals ik; naar Hem moet u luisteren in alles wat Hij tot u zal spreken. En het zal zo zijn dat al wie niet geluisterd zal hebben naar deze Profeet, uit het volk uitgeroeid zal worden.

God heeft Zijn volk opgedragen om elke profeet te toetsen of hij wel door Hem gezonden is, want niet iedereen die zich voordoet als een profeet van God komt van Hem. Elke valse profeet moest worden verworpen.

(Deuteronomium 12:32-13:5 HSV) Dit alles (de hele wet) wat ik u gebied, moet u nauwlettend in acht nemen. U mag er niets aan toevoegen en er ook niets van afdoen. Als in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft, en dat teken of dat wonder waarvan hij tot u gesproken had, komt (uit) en hij zegt (onderwijst): Laten we achter andere goden aan gaan, die u niet kent, en laten we die dienen, luister dan niet naar de woorden van die profeet of naar hem die die dromen heeft! Want de HEERE, uw God, stelt u dan op de proef om te weten of u de HEERE, uw God, liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel. Achter de HEERE, uw God, moet u aan gaan, Hem moet u vrezen, Zijn geboden moet u in acht nemen en Zijn stem gehoorzamen; Hem moet u dienen en u aan Hem vasthouden. En die profeet of hij die die dromen heeft, moet gedood worden, omdat hij heeft opgeroepen afvallig te worden aan de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte heeft geleid en u uit het slavenhuis verlost heeft; en omdat hij u wilde afbrengen van de weg die de HEERE, uw God, u geboden heeft daarop te gaan. Zo moet u het kwaad uit uw midden wegdoen.

Als Jesjoea de mensen een andere weg had geleerd en niet de hele wet zoals Mozes, dan mocht het volk hem niet aannemen als de Profeet of als Gods beloofde Christus. Het volk had de opdracht van God om Jesjoea met de wet te toetsen. Wanneer Hij echt de wet leerde, konden ze Hem aannemen, maar als hij afweek, moesten ze hem verwerpen, ja zelfs doden. Nu, doordat er onder de leiders van het volk mensen waren die maar al te graag Jesjoea uit de weg wilden ruimen, zochten ze naar een wetsovertreding om Hem maar te kunnen verwerpen als hun beloofde Christus. Maar ondanks hun inspanningen om Hem te verzoeken, konden ze geen wetsovertreding bij Hem vinden, hoe graag ze dit ook wilden. Op grond van twee valse getuigen hebben ze Hem uiteindelijk vermoord.

Dat ze geen wetsovertreding bij Hem konden vinden, bewijst dat Jesjoea de wet van Mozes naar waarheid leerde. En dit was juist het probleem dat zij met Hem hadden, want hun leer kwam niet volledig overeen met die van Jesjoea. Hun leer bevatte wel toevoegingen en afschaffingen van de wet. Al deden zij zich voor als betrouwbare leraars van de wet. Waarschijnlijk om hun positie als leiders van het volk niet te verliezen, wilden velen van hen niet toegeven dat zij fout zaten. Daarom zochten ze een oplossing: de dood van Hem die het volk in waarheid de wet onderwees. Over die Steen struikelden zij.

(Markus 7:5-13 BaZ) Daarna vroegen de Farizeeën en de Schriftgeleerden Hem: “Waarom wandelen Uw discipelen niet volgens de overlevering van de ouden, maar eten zij het brood met ongewassen handen?” Maar Hij (Jesjoea) antwoordde hun: “Terecht heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan. (God kan Zijn wet er niet in schrijven want in hun hart houden ze vast aan een andere wet/leer.) En tevergeefs eren zij Mij door leringen te onderwijzen die geboden van mensen zijn. Want terwijl u het gebod van God nalaat, houdt u zich aan de overlevering van de mensen, zoals het wassen van kannen en bekers; en veel andere dergelijke dingen doet u.” En Hij zei tegen hen: “Op een mooie manier stelt u Gods gebod terzijde om u aan uw overlevering te houden (hun gebruiken en verkeerde interpretaties van Gods wet)! Want Mozes (Gods wet) heeft gezegd: “Eer uw vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt (niet eert/veracht), die moet zeker sterven. …maar u zegt: Als iemand tegen zijn vader of zijn moeder zegt: Het is korban (dat wil zeggen: een gave (om tot God te naderen)) wat u van mij had kunnen krijgen, is het met hem in orde (diegene zou dan volgens hen, Gods gebod van eer je vader en moeder vervullen). En u laat hem niet meer toe iets voor zijn vader of zijn moeder te doen, en zo maakt u Gods woord (wet) krachteloos door uw overlevering die u overgeleverd hebt; en veel dergelijke dingen doet u.”

Niet alleen door eigen geboden toe te voegen of van Gods geboden af te schaffen, maar ook door Gods wet anders te interpreteren en uit te leggen dan hoe God het bedoelt, wordt niet meer Gods wet gedaan, maar die overtreden en krachteloos gemaakt (buiten werking gesteld). Jesjoea waarschuwde het volk voor het zuurdeeg in de leer van hen die geestelijk de leiding namen. (Mat 16:12, Mar 8:15, Luk 12:1) Aan het volk aan wie God geboden had om nooit Zijn wet te verlaten en elke profeet te toetsen, had God Zijn Zoon opgedragen om het volgende te zeggen: (Joh 7:16, 8:28, 12:49-50, 14:10)


Hoe denk jij erover, wanneer volgelingen van Christus óók de kleine geboden doen en anderen daarin onderwijzen? Zeg jij in navolging van Christus: “Die zullen groot zijn in Zijn Koninkrijk”? De Joden dachten niet alleen aan de tien geboden toen Jesjoea deze woorden uit Mattheüs tegen hen sprak. Toen tegen het volk gezegd werd: “de wet en de profeten”, dachten ze aan de héle wet van Mozes en de profeten. De boodschap die het Joodse volk uit dit onderricht van Christus ontvingen was, dat niet één woord van de wet zal worden weggedaan, elk woord zal als wet blijven staan, tot het einde van deze wereld en de komst van Gods koninkrijk. Daarbij werd ook benadrukt door Jesjoea dat ze nauwkeurig moeten luisteren naar de wet met haar instructies in hoe rechtvaardig te wandelen, want hun zaligheid hangt er vanaf. Moeten mensen in een ander werelddeel, die 2000 jaar late zullen leven, dan wel gaan denken dat Christus naar deze wereld kwam om iets van de wet af te schaffen? Waarom zouden we niet geloven wat Christus heeft gezegd?

(Markus 13:31-32 HSV) De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan. Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader.

Niet om bijdehand te zijn, maar… Zijn de hemel en aarde voorbijgegaan toen Hij stierf? Nee, het bewijs is buiten te zien. Nu dan, wat is gemakkelijker, dat hemel en aarde voorbijgaan of één leesteken van de wet wegvalt?

(Lukas 16:17 HSV) En het is gemakkelijker dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat één tittel van de wet wegvalt (zijn positie of autoriteit zou verliezen).

Als het dus gemakkelijker is dat hemel en aarde voorbijgaan dan één leesteken, hoe kunnen we dan denken dat er zelf een heel woord van de wet is voorbijgegaan/afgeschaft, laat staan een hele zin? Voordat er dus ook maar iets van de wet zou worden veranderd of afgeschaft, moet er dus héél wat gebeuren. Wat Jesjoea hier leert, is niet moeilijk, een kind kan deze woorden van Hem begrijpen. Alleen wanneer ons iets anders is geleerd, hebben we problemen met wat Jesjoea hier zegt, omdat we dan voor de keuze staan van wie te moeten geloven. Dan komt het erop aan in welke Christus we geloven en van wie we een discipel (volgeling) zijn? De volgende woorden van Jesjoea geven aan dat geen letter van Gods wet is veranderd met Zijn dood en opstanding, want na Zijn opstanding gebiedt Hij Zijn discipelen het volgende:

(Matthew 28:19 BaZ) Ga daarom heen, onderwijs alle volken (niet alleen de Joden): en doop hen in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de heilige Geest, hen lerende te onderhouden alles wat Ik u geboden heb.

Wat heeft Jesjoea als gezalfde Koning Zijn volgelingen geboden? Als Jesjoea de ware Christus is die de wet volbracht heeft, en dus Zijn discipelen de wet heeft geleerd en voorgeleefd, dan betekent deze opdracht dat zij de wet moeten leren aan hun discipelen en die weer aan die van hen, als een doorgaande opdracht. Een discipel van Christus leert de leer van Zijn Koning en vermengt die niet met zijn eigen meningen en ideeën. Een ware discipel van Christus geeft de leer door van de Meester, niets meer en niets minder.
(2Joh 1:9, Lukas 21:33) Met de volgende woorden heeft Christus Zijn discipelen ook geboden om de wet van Mozes in acht te nemen:

(Matthew 23:1-3 BaZ) Toen sprak Jezus tot de menigte en tot Zijn discipelen: De schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gaan zitten op de stoel van Mozes (zij lezen voor uit de boeken van Mozes); daarom, al wat zij u (uit Mozes) zeggen dat u in acht moet nemen, neem dat in acht en doe het; maar doe niet overeenkomstig hun werken, want zij zeggen het, maar doen het zelf niet (wat Mozes zegt).

Hier zien we dat Jesjoea Zijn volgelingen onderwijst de wet van Mozes in acht te nemen. In die tijd, en nog honderden jaren later, hadden de meeste mensen niet een Bijbel in huis liggen. Dat kwam pas na de boekdrukkunst. Men ging toen naar de Synagoge toe om uit de Schrift te horen. En daar wordt nog altijd uit Mozes voorgelezen. De stoel van Mozes kan verwijzen naar een letterlijke stoel in de Synagoges waarop iemand ging zitten om uit de boeken van Mozes voor te lezen. Of misschien verwijst de stoel van Mozes niet naar een letterlijke stoel, maar naar de positie van iemand die voorleest uit Mozes. In ieder geval, de opdracht van Jesjoea is duidelijk: Doe wat Mozes zegt, neem de wet in acht.

Uit deze woorden, en ook nog een andere uitspraak van Jesjoea, is ook op te maken dat Hij van hen verwacht dat ze naar de Synagoges toe zouden gaan, en daarmee na Zijn dood ook mee door zouden gaan. (Joh 15:26-16:4) Ook werd het door de discipelen als vanzelfsprekend gezien dat heidenen die zich bekeerden naar de synagoge zouden gaan.

(Handelingen 15:19-21 NBG’51) Daarom ben ik (Jakobus) van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen (met de overleveringen van mensen/Farizeeërs), maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed. Immers Mozes heeft van oudsher in iedere stad, die hem prediken, daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen.

Voor mensen uit de volkeren die zich bekeren en zich als geestelijke medeburgers/bijwoners bij de gelovige Joden voegen, schrijft Jakobus vier regels voor. (Efe 2:11-12) Ze hoeven dan niet besneden te worden en te gaan leven als een Farizeeër om zalig te worden, maar Jakobus legt ze wel wel vier specifieke regels op waarvan ze de details zouden leren in de synagoges. Deze vier regels zijn ook niet een eindstation, maar een vertrek punt en een belangrijk onderdeel van de geestelijke reiniging. In de synagoge, waar onderwezen wordt uit Mozes, zal ook meer en meer duidelijk worden van wat God van hen verlangt, en kunnen ze geestelijk groeien bij het onderricht dat ze ontvangen.

(Handelingen 13:42 HSV) En toen de Joden weggegaan waren uit de synagoge, drongen de heidenen erop aan dat op de volgende sabbat dezelfde woorden tot hen gesproken zouden worden.

Nu, waarom waarschuwt de Bijbel dat er valse christussen zullen worden verkondigd? Is het mogelijk dat er mensen om ons heen, of misschien wijzelf, geloven in een valse christus? De toetssteen die God gegeven heeft is Zijn wet. Ook vandaag de dag is Mozes nog altijd de door God gegeven leermeester/gids die naar de ware Christus leidt.

(Galaten 3:24 BaZ) De wet is dus onze leermeester (de gids die de juiste weg leert kennen) die ons naar de Gezalfde leidt, opdat wij door geloofstrouw gerechtvaardigd zouden worden.

Kan de door God gegeven leermeester/gids ons naar de ware Christus leiden als wij niet naar hem willen luisteren en zijn instructies opvolgen?

(Johannes 5:46-47 BaZ) …als u Mozes geloofde en [daaraan] trouw was4, zou u Mij geloven en trouw zijn; want hij heeft geschreven over Mij. Maar als u zijn Schriften niet gelooft en trouw bent, hoe zult u Mijn woorden geloven en trouw zijn?

Hoe kan het zijn, dat als je de woorden van Mozes gelooft, dat je dan ook de woorden van Jesjoea gelooft? Dat kan alleen als alles wat Jesjoea leert overeenkomt met de wet van Mozes. Van de wet getuigt God dat het de weg, de waarheid en het leven is, en Jesjoea overtrad de wet niet toen Hij van Hemzelf zei dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. De wet zijn de levende woorden van God en de woorden die Jesjoea spreekt zijn de levende woorden van God. (Han 7:38, Joh 6:63) Heb je er weleens over nagedacht, welk woord van God vlees is geworden? Kun jij Jesjoeas uitspraak geloven; “dat als we Mozes geloven, wij Hem zouden geloven”? God heeft geen fouten gemaakt en Jesjoea heeft geen enkele leugen gesproken. De weg, de waarheid en het leven, heeft God niet meer alleen in boekvorm geopenbaard, maar nu ook in levende lijve. Wil jij de ware Christus onderscheiden van de antichrist? Wil je Hem kennen?

(1 Johannes 2:3-6 HSV) En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn. Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.

Zijn wij bereid onszelf te verloochenen, ons kruis op te nemen en de ware Christus te volgen? Volgens Gods woord kan de ware Christus alleen hebben gewandeld overeenkomstig de wet van Mozes. Het vlees geworden woord van God komt daarom ook 100% overeen met het geschreven woord van God. Het woord van God dat nooit vergaat, maar voor eeuwig blijft.
(Jes 40:6-8) De wet van Mozes is daarom ook de wet van Christus.

(Galaten 6:2 HSV) Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet (leer) van Christus.

Zoals Gods wet, Gods instructies en leer wordt genoemd, zo wordt de leer van Jesjoea ook de wet van Christus genoemd.

Een zeer belangrijke taak waarmee God Zijn Zoon naar deze wereld zond, was om de ware interpretatie van Zijn woord te leren en mensen te redden van verkeerde opvattingen die hen doen dwalen. Dat de leer van Christus van levens belang is komt naar voren uit de woorden van de apostelen.

(2 Johannes 1:7-9 BaZ) Want er zijn vele misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden, dat Jesjoea de Gezalfde in het vlees gekomen is. Deze is een misleider en een antichrist. Waak over uzelf, zodat u niet verliest, hetgeen dat u gewerkt hebt, maar dat u een vol loon mag ontvangen. Iedereen die overtreedt en niet blijft in de leer van de Gezalfde (doet wat Hij leerde, Joh 14:21-24, Luk 6:46, 1Joh 2:3-6, Mat 28:19), die heeft God niet in zich (door Zijn Geest); wie in de leer van de Gezalfde blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon.

(1 Timotheüs 6:3-4a BaZ) …als er iemand is die een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heer Jesjoea de Gezalfde, aan de leer die in overeenstemming is met de godvruchtige toewijding, dan heeft hij zich verheven en weet niets (begrijpt niet de ware leer),

Als de ware Christus de taak had om in de wereld de waarheid te verkondigen en de weg naar het leven te laten zien; wanneer wordt er een andere Christus gepredikt? Dit gebeurt dus wanneer Zijn leer wordt verandert. We kunnen vertellen dat Christus voor onze zonden is gestorven en dat is waar, maar als daarbij een afwijkende leer word gepredikt die mensen niet leert om te wandelen zoals Hem, hoe kunnen ze dan Christus volgen en door Hem gebracht worden binnen Zijn koninkrijk en leven?
(1Joh 2:3-6)

(2 Petrus 2:1-2 BaZ) Maar zoals er ook liegende profeten onder het volk zijn geweest, zo zullen er ook onder jullie liegende leraren zijn (dominees/voorgangers/sprekers), die onopgemerkt verderfelijke (vernietigende) afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daar-mee verloochenen zij de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een spoedige verderf over zichzelf. En velen zullen achter hun verderfelijke [leringen] aanlopen, waardoor de weg van de waarheid gelasterd wordt.

In deze uit spraken leren de discipelen, dat het van levensbelang is dat we blijven bij wat Jesjoea geleerd heeft en daarvan niet afwijken. De leer die Christus verkondigde voor Zijn dood en opstanding kan daarna dus niet zijn vervangen of veranderd. Dat wat de Profeet en Gezalfde van God gezegd heeft, staat vast en is het woord wat we moeten gehoorzamen willen we leven.

(Mattheüs 24:35 HSV) De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan.

(Markus 8:38 HSV) Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben in dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal de Zoon des mensen Zich ook schamen wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met de heilige engelen.

(Johannes 14:21-24 HSV) Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. Judas, niet de Iskariot, zei tegen Hem: Heere, hoe komt het dat U Zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld? Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord (geboden) in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen. Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden (wet/geboden) niet in acht; en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft. (De woorden/wet van Christus zijn de woorden van de Vader.)

(Johannes 12:48-50 HSV) Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb (de wet); dat zal hem veroordelen op de laatste dag. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet. En Ik weet dat Zijn gebod (de wet5) eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft.

(Johannes 5:46-47 HSV) Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven. Maar als u zijn Schriften niet gelooft, hoe zult u Mijn woorden geloven?

(Lukas 21:33 HSV) De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan.

Hebben de mensen die zich bekeren en hun geloofstrouw stellen in de Christus zich ook te houden aan de wet van Christus, of mogen ze wetteloos wandelen? (Mat 7:23, Open 12:17)

(Kolossenzen 3:16a BaZ) Laat het woord van de Gezalfde in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid;

Ook voor de het volgende wat Paulus schrijft om waar te zijn, moet de leer van Christus volledig overeenkomen met de wet van Mozes.

(1 Timotheüs 1:8-10 BaZ) Maar wij weten dat de wet goed is, als men die wettig hanteert (zoals God het altijd heeft bedoelt). En als men dit weet: dat de wet niet bestemd is voor diegene die doet wat recht is, maar voor hen die niet doen wat de wet leert, voor opstandigen, kwaaddoeners en zondaars, onheiligen en hen die niet puur zijn, voor hen die vader of moeder slaan, voor moordenaars, voor hen die buiten het huwelijk om seksuele intimiteit hebben, voor mannen die met mannen seksuele gemeenschap heb-ben, ontvoerders van mensen, leugenaars, voor hen die vals zweren (geloftes niet nakomen) en als er iets anders tegen de ware leer is.

Gods wet is niet tegen de ware leer, maar komt daarmee 100% overeen. Paulus leert hier dat de wet bestemt is om… met andere woorden, de wet is bestemt om als toetssteen te worden gebruikt. Daarvan getuigt ook het volgende dat hij heeft geschreven:

(2 Timotheüs 3:16-17 BaZ) De gehele Schrift, door God ingegeven, is winstmakend om daardoor te onderwijzen, te weerleggen, te corrigeren en op te voeden in dat wat rechtvaardig is, zodat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, volledig toegerust voor elk goed werk.

Als Paulus leert dat de gehele Schrift gebruikt kan worden om te onderwijzen, te weerleg-gen en te corrigeren, dan moet de ware leer ook vandaag de dag overeenkomen met Mozes. De toetssteen is nog altijd de toetssteen.

(Romeinen 2:17-18 & 20b BaZ) Zie, je wordt Jood genoemd. Je steunt op de wet en roemt in God. Je kent de wil [van God] en weet te onderscheiden wat goed is, omdat je onderwezen bent uit de wet (van Mozes). […] omdat je in de wet de belichaming van de kennis en de waarheid bezit.

Doordat de satan al honderden jaren rond gaat en verscheidene aangepast evangelies en een plaatsvervangende christussen verkondigd, is de wereld overspoeld met verkeerde uitleggingen. Zo heeft ook een ieder van ons te maken met denkbeelden die ons op een verkeerde manier naar de Bijbel doen laten kijken en ons tot verkeerde conclusies laten komen. De satan hoopt dat we zijn imitatie christus blijven volgen en niet de door God aangestelde goede leermeester en gids, die werkelijk naar de ware Christus leid.
Om bij de ware Christus uit te komen en Die te volgen, kunnen we tot God bidden of wij ook moeilijke zaken mogen begrijpen en liefhebben; zodat we ons leven niet voor een gedeelte, maar volledig door Zijn woord laten sturen.

(Mattheüs 4:4 HSV) Maar Hij (Christus) antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

Deze studie kort samengevat; De ware Christus is alleen Hij die in geen enkel opzicht tegen de wet van Mozes ingaat, maar die in alles vervult (volledig doet) en voorleeft. Dat wat Jesjoea leerde komt volledig overeen met dat wat de wet leert. Daarbij blijven de woorden van Jesjoea de gezalfde Koning (de Christus) voor altijd staan. Ook na Zijn dood en opstanding is daarvan geen jot of tittel afgeschaft. Wie van de leer/wet van Christus afwijkt, wijkt van Hem af. Door een andere leer te volgen, lopen we het gevaar ons te laten leiden door een plaatsver-vanger, een antichrist. Liefdevol maar ook met ernst worden we door de Bijbel gewaarschuwd voor de vele antichristen. (1Joh 2:18, Mat 24:5, 2Tes 2:3) Als we niet Gods wet kennen en liefhebben hoe kunnen we dan de ware Christus onderscheiden van een misleider? Laten we openstaan om met Gods wet te testen en te zoeken naar de ware Christus opdat we Hem zouden volgen en gered worden van de dood en de weg daarnaartoe.

Met een vraag van Pauls ronden we deze studie af:

(Romeinen 3:31a HSV) Doen wij dan door het geloof de wet teniet?

Wat denk je? Wat zegt de leer waarin je gelooft? Paulus gelooft en leert het volgende:

(Romeinen 3:31 BaZ) Stellen we dan door middel van het geloof de wet buiten werking? (Zodat we die niet meer in acht hoeven te nemen?) Absoluut niet! Integendeel, wij onderhouden (brengen tot stand/vervullen/bevestigen/doen) de wet.

(Psalm 119:160 HSV) Vanaf het begin is Uw woord waarachtig, al Uw rechtvaardige bepalingen zijn voor eeuwig.

(Psalm 111:7-10 NBG’51) De werken zijner (Gods) handen zijn waarheid en recht, betrouwbaar zijn al zijn bevelen (hele wet). Vastgesteld (vastgezet) voor immer en altoos, volbracht in waarheid en oprechtheid. Hij heeft aan zijn volk verlossing gezonden, Hij heeft zijn verbond voor eeuwig verordend; heilig en geducht is zijn naam. De vreze des Heren is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze (Zijn geboden) betrachten. Zijn lof houdt eeuwig stand.

(Psalm 119:165 NBG’51) Zij, die uw wet liefhebben, hebben grote vrede, er is voor hen geen struikelblok.


Bedankt voor het lezen. Hopelijk heb je er iets goeds uit kunnen halen wat jou helpt in het volgen van de ware Christus. Mag onze Heer Jesjoea je leiden en beschermen. Voor meer informatie kun je kijken op Bijbel-Zwaard.nl

Deze studie kun je ook downloaden als PDF.


  1. De titel Messias komt uit het Hebreeuws en Christus komt uit het Grieks, beiden betekenen, gezalfde/ Gezalfde. ↩︎
  2. “Jesjoea” is een transliteratie naar het Nederlands van de Hebreeuwse naam die de Allerhoogste aan Zijn Zoon gegeven heeft. (Mat 1:21, Luk 1:31, 2:21) Het is een vervoeging van het Hebreeuwse werkwoord; Ja-sja wat verlossen/bevrijden/redden betekent. De Hebreeuwse naam Jesjoea (Je-sjoe-a) beteken: Hij verlost of Hij zal verlossen. Omdat God met een doel de naam Jesjoea met zijn betekenis heeft bepaald, en omdat wij in de wereld willen getuigen dat God Zijn Gezalfde in deze wereld heeft doen geboren worden uit het Joodse geslacht, de beloofde Zoon van David, kiezen wij ervoor om de naam Jesjoea te gebruiken. ↩︎
  3. De woorden van God en Zijn Zoon zijn niet optioneel. Als je het eeuwige leven wilt ontvangen dan moet je ze opvolgen. (Luk 6:46, Joh 3:36, Heb 5:9, 1Joh 2:4-6) ↩︎
  4. Jesjoea spreekt hier uiteraard over een levend geloof; een geloof dat doet wat het gelooft en niet dood is, doordat het niet de werken zou voortbrengen. (Jak 2:17) Het Griekse woord πιστεύω (pisteuō) draagt naast de betekenis van geloven ook de betekenis van trouw/loyaal zijn met zich mee. ↩︎
  5. De wet die God door de hand van Mozes heeft gegeven wordt ook het gebod genoemd. ↩︎